Tekst : Martin Martens

Gebroeders Desbuquois is de naam… ramen en veranda’s zijn hun vak, duivensport hun passie, welke volledig is gefocust op de 2 topklassiekers bij uitstek op de zware fond, met name Barcelona en Perpignan. De naam Desbuquois zit dan ook vast gebeiteld in het roemrijke archief van het internationale zware fondgebeuren. Wijlen vader Fernand legde de basis tot ophefmakende prestaties op het ‘koninginnestuk’ van de zware fond : Barcelona. De fenomenale knalprestaties die hierop werden behaald, vonden weerklank tot in het verre buitenland.
De datum van 2 februari 1997 is dan ook een zwarte bladzijde in het album van de familie Desbuquois. Vader Fernand heeft er veel te vroeg, en totaal onverwacht het aardse bestaan voor het hemelse geruild. De beide zonen Didier (40) en Michel (39) kwamen er plotsklaps helemaal alleen voor te staan, niet alleen voor het runnen van hun drukke zaak, maar ook de vrij omvangrijke duivenkolonie viel hen te beurt. Het duivengebeuren werd dan ook enkele jaren wat afgebouwd, het duivinnenspel zelfs eventjes in de koelkast gestopt. Mede onder impuls van boezemvriend Erik Limbourg  werd enkel jaren terug de aanpak enigszins omgegooid, en besloten om er opnieuw volledig voor te gaan met als doelstelling te pieken naar 2 weekends in het duivenseizoen, namelijk vooreerst het weekend van Barcelona (voor de oude) + St.Vincent (jaarse), en dan een 4-tal weken later het weekend van Perpignan. Het grote voordeel hiervan is het feit dat de ganse ploeg nagenoeg gelijktijdig kan worden klaargestoomd, met als doelstelling gedurende deze 2 weekends te schitteren. Dat ze hierin met verve geslaagd zijn bewijzen hun spectaculaire prestaties uit deze topklassiekers van de jongste seizoenen, waar de familie Gebr. F. Desbuquois gewoon brandhout maakte van de concurrentie, zoals ene Lance Armstrong dit deed met zijn sportgenoten in de ‘Tour de France’, namelijk met ‘overtuigend meesterschap’. In die mate zelfs, dat de broertjes Desbuquois straks in Oostende op het podium zullen prijken met 3 duiven tussen de Nationale Asduiven ‘Zware Fond’ KBDB 2005, met hun 1e duif op de 3e plaats (na Chris Hebberecht en Etienne Devos), hun 2e op plaats 6, hun 3e duif op plaats 8 !! Wie deed het hen ooit voor, maar vooral wie doet het hen ooit nog na ? Een moment dat ‘vader Fernand’ nog verdiend had om mee te maken… vermits hij de basislegger van alles. Michel en Didier bewijzen hiermee dat het ook voor mensen met weinig of geen vrije tijd, mogelijk is om hun woordje mee te praten aan de top van het duivensportgebeuren, mits enige planning en specialisatie
.
Een stam Zware Fondduiven… made by Fernand Desbuquois

Vader Fernand was een man van vele oorlogen, zijn werk lag steeds in ander gebied, tot zelfs diep in West-Vlaanderen toe. Echter, steeds vergezelden zijn duiven hem met de verhuiswagen, wegens eens gebeten door de duivenmicrobe… Duiven werden een deel van zijn leven. Tot hij besloot om ‘eigen baas’ te worden, en zich definitief te vestigen op het huidige adres te Kapelle Op Den Bos.
Het was zowat half de zeventiger jaren toen de eerste hoeksteen van de huidige succestrein werd gelegd. Broer Valère zaliger won de 1e Prijs Provinciaal Argenton, en schonk zijn winnaar aan Fernand, die hem prompt tot
‘Crack Valère’ omdoopte. Het was een duif met heelwat Huyskens-Van Riel bloed in de aderen. Gekoppeld aan een duif van Pieter Debusschere (lees : Gorin x Van Bruane) werd hij vader van de ‘Jonge Crack Valère’, die de absolute stamvader werd van het hok.
Op de verkoping Gorin, werd een 2e hoofdrolspeler aangekocht, welke de naam
‘Gorin’ kreeg opgespeld. Deze topvererver werd vader van meerdere toppers uit Barcelona… die later tegen hun bloedeigen zusters werden gekoppeld. Deze inteeltjes lukten wonderwel in koppeling met de afstammelingen van de ‘Jonge Crack Valère’ !
Toen wonnen de Gebr.
Peersman internationaal Barcelona. Twee broers en evenveel zussen van deze 1e Internat. Barcelonawinnaar kwamen de kolonie Desbuquois een nieuwe impuls bezorgen. Maar wat deed Fernand eerst… hij koppelde de 2 broers en zussen eerst tegen elkaar, en zette deze ingeteelde Peersmans prompt tegen zijn ingeteelde Gorins. De basis van het zware fondras ‘Desbuquois’ werd gevormd.
Een kleindochter van de 1e Internat. San Sebastian van Emiel
Matterne kwam deze basis nog versterken, het bleek een ‘kip met de gouden eieren’ te zijn. Gekoppeld tegen de ‘Jonge Crack Valère’ werd ze onder meer moeder van de ‘Wolle’ (16e Nat. Barcelona…) en de superkweker ‘Sultan’. Opnieuw werd deze ‘Sultan’ gekoppeld aan zijn eigen moeder de ‘Matterne-duivin’, met ‘Lucas’… één der huidige stamduiven, als resultaat. De jongste seizoenen werd ook samen gekweekt met Erik Limbourg, duiven waarmee men geweldig is gelukt. De kweekstrategie van Michel en Didier blijft echter nog altijd dezelfde, namelijk de dichts mogelijke inteelt met hun eigen topduiven, kruisen tegen vreemde (liefst ingeteelde) succeslijnen. Het resultaat is een stam Zware fond- of Barcelonaduiven, die men tot de beste van deze aardbol mag rekenen.

Punctuele voorbereiding
Gezien hun drukke beroepsomstandigheden zien Michel en Didier zich genoodzaakt om hun duivenactiviteiten jaarlijks te richten op de 2 mooiste klassiekers op de zware fond met name
Barcelona en Perpignan, vluchten waarop ze al wat naam en faam heeft in de internationale duivensport reeds herhaaldelijk ‘duivenles’ hebben gegeven. Zoals hoger beschreven, gaan tijdens het eerste weekend van juli alle oude vliegduiven in de mand voor Barcelona, terwijl de jaarduiven in datzelfde weekend de nationale St.Vincent voor jaarlingen (met verlate lossing) onder de vleugels krijgen geschoven. Een 4-tal weken later wordt dan alles toegespitst op de internationale Perpignan, meteen de afsluiter van het zware fondseizoen (er worden wel eens enkele duiven op Pau of Dax ingezet, maar dan voor puur amusement). Al is het deels uit noodzaak door hun beroep, het grote voordeel van deze aanpak situeert zich in het feit, dat ze hun ganse vliegploeg gelijktijdig kunnen klaarstomen voor deze 2 belangrijke weekends, waarvoor Michel al eens een extra weekje verlof durft uit te trekken, kwestie van de verzorging tot in de puntjes te laten geschieden, en de duiven in de o zo noodzakelijke ‘supervorm’ in de mand te kunnen steken voor de zware opdracht die hen te wachten staat. Hoe gaat die nu in de realiteit in zijn werk ? We maken even het onderscheid tussen de vliegduiven en de duivinnen :

1.De Vliegduiven

De vliegploeg bestaat uit ongeveer 80 à 90 duivers die omstreeks 1 april worden gekoppeld om aansluitend een 5-tal dagen te broeden.  Er wordt ondertussen meteen gestart met het opleren van de duiven op de kortvluchten, waarbij de duiven zelf worden opgevoerd tot goed 50-60 Km. De duiven vliegen dan achtereenvolgend Quiévrain, 2 x Noyon, 2 x Dourdan, Vierzon, Brive voor de oude en Tours voor de jaarlingen, dan Barcelona (oude) en St.Vincent (jaarse), en tot slot Perpignan.
Tot 1 week voor Brive trainen de duiven slechts 1 x per dag (’s avonds), terwijl vanaf 1 week voor Brive er 2 x daags getraind wordt. Tot en met Vierzon gaan de duiven wekelijks in de mand (indien het weer dit toelaat), dit om de duiven voldoende invliegkilometers (lees een 1000-tal) te geven voor het zware werk dat er nu aankomt. Een systeem dat wordt gehanteerd op aanraden van boezemvriend Eric Limbourg.
Wat de ‘Tour de France’ betekende voor Lance Armstrong, dat is ‘Barcelona’ voor de broertjes Desbuquois. Alles wat voordien (dus tot en met Brive) gepresteerd wordt is van geen tel, en dient enkel als voorbereiding. Kopvliegen, prijs winnen of te laat komen, er wordt niet de minste rekening mee gehouden. Of om het ietwat cru uit te drukken, een marathonloper beoordeel je nu éénmaal niet op zijn prestaties op de 100 of 200 meter. Maar eens Brive voorbij dan is het menens. Eerstens krijgen de duiven een preventieve tricho-kuur. Moet de mest van de duiven het jaar rond perfect blijven, toch wordt deze nu speciaal in de gaten gehouden. Bij ook maar de minste twijfel wordt meteen bij de dierenarts te rade gegaan, en indien nodig volgt op zijn advies een darmkuur. De duiven worden licht gevoederd met de soeplepel (Gerry-Plus of Vandenabeele-mengeling). De 5e dag na Brive komt daar 1/3 sportmengeling bij. Nog eens 5 dagen later wordt dit aandeel sport 50-50, om dan over te schakelen op 2/3 sport, om uiteindelijk de laatste week 100% sportmengeling te voederen. De laatste 3 dagen voor het vertrek richting Barcelona worden nog extra vitamines toegevoegd. Een lekkernij voor hun duiven bestaat in een mengeling van maïs en snoep waarbij veel kempzaad wordt gevoegd… dit mengsel wordt bevochtigd met visolie en extra mineralen. Nadat dit voldoende is opgedroogd wordt dit dan à rato van 1 Kg eigen mengsel en 2Kg sportmengeling aan de duiven gevoederd. Michel en Didier wisten ons te vertellen dat de duiven er werkelijk gek op zijn, een recept dat al jaren een vast ritueel vormt in de voorbereiding op Barcelona. Tussen Brive en Barcelona worden de duiven eigenhandig nog 2 x opgedragen tot goed 60 Km met gezamenlijke lossing van de vliegploeg. Een eerste maal gebeurt dit 2 weken voor de inkorving van Barcelona, een 2e maal een weekje later. Bij thuiskomst mogen de duivers dan een 2-tal uurtjes stoeien met hun duivin, kwestie van de ‘moral’ van de vliegploeg op peil te houden. En dan komt de misschien wel belangrijkste dag van het jaar ten huize Desbuquois, de inkorfdag van Barcelona. Reeds om 10 uur ’s morgens worden de duivinnen op het hok gebracht, te samen met een dik pak stro. Zowat een uur voor het inkorven wordt een laatste inspectieronde gehouden. Is het naar de zin van Michel te rustig op de hokken, dan wordt wat extra vuur aangewakkerd, en komen er vreemde duivers op het hok. Zo gaan de Barcelonaflyers met een extra portie motivatie de mand in. Vanaf dan is het een weekje afwachten en aftellen naar de ‘Big Day’ toe, en wachten op ‘le moment suprême’, of de aankomst van de eerste Barcelonaduif…
Eens na Barcelona wordt dan hetzelfde ritueel gehanteerd ter voorbereiding van Perpignan, waarbij ook hier de duiven nog 2 x zelf worden weggebracht tot 60 Km tussen deze 2 zware fondklassiekers in. Normaal zijn het enkel nog de prijswinnende ‘oude duiven’ vanuit Barcelona die voor Perpignan de mand ingaan (de 2-jarige blijven normaal gezien thuis), sinds een 3-tal jaar nu aangevuld met de ploeg jaarlingen, of een spelsysteem dat werd overgenomen van Eric Limbourg, omdat je op deze manier uw jaarduiven zeker niet kapot speelt, maar hier vooral reeds het kaf van het koren scheidt !
Na de afsluitende Perpignan worden de duiven gedurende 1 week gescheiden, dit om de recuperatie te bevorderen. Daarna worden de duiven gekoppeld en mogen 1 jong grootbrengen + aansluitend nog 1 x overbroeden. Het verlaten van het nest is het tijdssein om de duiven te scheiden (meestal rond begin november) en hen nu rustig te laten uitruien. Tegen januari is dit ruiproces voltooid en gaan de duiven in de grote aparte open rennen en krijgen er zodoende hun verplichte zuurstofkuur. Begin maart gaan de duivers terug op hun vlieghok, en beginnen de dagelijkse trainingen rond het hok. Waarna opnieuw de carrousel met de voorbereiding op het nieuwe vliegseizoen van start gaat.

2.De Duivinnen

Een ploeg van een 60-tal duivinnen wordt voorbereid om op passende neststand de mand in te gaan voor enerzijds Barcelona + St.Vincent, en later voor Perpignan. De duivinnen worden zolang mogelijk op weduwschap meegegeven op de voorbereidingsvluchten. Zij worden dan in nest gebracht zodat ze telkens de mand ingaan op een klein plat jongske van 1 tot 3 dagen maximum (zeker geen graanjong) voor Barcelona of St.Vincent. Bij thuiskomst mogen ze nog bij hun jong, maar een dag later wordt alles weggenomen en gaan de duivinnen voor 3 dagen in de volière (voor recuperatie), waarna ze opnieuw worden gekoppeld om in dezelfde neststand de mand in te gaan voor Perpignan. Dit telkens met succes.

3.Jonge Duiven

Deze worden niet gespeeld, maar deze worden nu in tegenstelling tot vroeger, wel degelijk opgeleerd. Het spelen van het jonge volkje zou ook zeer moeilijk zijn, omdat deze jonge duiven in open volièrehokken vertoeven (alles volledig ingericht op transportband), gelegen aan de achterzijde van de vlieghokken. De hokken zijn dus volledig open (wel winddicht), waardoor deze niet ingericht zijn om te spelen maar wel ideaal om weerstand op te bouwen. De jongen vliegen binnen in de gang van de open volière, alwaar ze via een opening op de bodem in de gang toegang hebben tot hun hok. De hokken kunnen enkel worden afgesloten door elektrisch bediende rolluiken, wanneer nodig. Normaal worden zij opgeleerd tot de nationale Bourges (worden niet geklokt), al zal dit in 2005 beperkt blijven tot enkele keren Dourdan wegens tijdgebrek. Op het eind van het seizoen volgt tussen de resterende jongen nog een ultieme selectie in de hand, alvorens zij de vliegploeg mogen vervoegen als jaarduif.

De krachttoer van de Desbuquois-brigade in 2005 !
Zoals we hoger reeds vermeldden lukten Michel & Didier in 2005 een echt super seizoen op de Zware Fond waardoor zij straks te Oostende, vermoedelijk met 3 duiven zullen geklasseerd staan tussen de ‘Nationale Asduiven Grote Fond KBDB’, (met hun eerste duif op plaats 3) iets wat nog nooit is verwezenlijkt in de Belgische zware fondgeschiedenis ! Laten we even de ‘overrompelende prestaties’ uit 2005 bekijken, die aanleiding waren tot dit unicum :

                        
De “tornado’s” van de zware fond huizen bij

DESBUQUOIS F. Gebr, Kapelle O/D Bos

Met de 
2e + 5e + 7e  ‘Nationale ASDUIF’ GROTE FOND KBDB 2005 !!


Home  |  The story  |  Toppigeons  |  Photoalbum  |  Results  |  References / Press  |   Contact       
Desbuquois Gebroeders
Copyright © Gebr. Desbuqois                                                                                                                                                               www.duivensites.be